Kas Knoop
Omdat het nu eenmaal zo is.
Schrijft omdat hij schrijft.
Introductie

9 februari 2010

Dik in – Tweede helft – 310

2 – 310

 

Dicht is zij als

van familie

waarbij het vlamt.

 

 

8 februari 2010

Ben als jij

Ben als jij

het dat is

vol in mij

 

wat ik mis

kan met wij

vul je vis.

7 februari 2010

Dik in – Tweede helft – 309

2 – 309

 

 

Met het moet jij

 

hier het midden tussen en en de

maakt hunkeren

vliegt het oog

liggend ziet

van dit in

heb jij deze weke oneindigheid

eenvoudig in dit delen

zo is het wel

zo is het dit

 

gevuld zitten

de luie gewichtigheid

ingekapseld en geslibd

zo stom is

vleugelen we daareven

gevangen in missen

komt het verbonden met jou.

 

 

6 februari 2010

Wat in je is

Wat in je is

zie ik zo

dat zal van

 

dit jij in je

wat uit me is

zet ons aan.

5 februari 2010

Dik in – Tweede helft – 308

2 – 308

 

 

Het had

zodat dit mag

 

mag en maar

want

heeft haard.

 

 

4 februari 2010

Zeg het als is

Zeg het als is

wat van het jou zet

om tot bij het mij

 

zo ken je het mee

als wat ik zie

dat wij en de weg.

3 februari 2010

Dik in – Tweede helft – 307

2 – 307

 

Ik ben zo het zette

hem in hun midden verdwenen

wat daar in valt

geweest naar wanneer

 

alsof je de hij bent

zie je soms zijn bezit uit

dat doe ik

hoe nu staat

 

tussen hem van mee naar onder

boven alsnog werd gespeeld

zag zij zich verraden hijgend

en verplaatste

adem tot adem bracht.

 

2 februari 2010

Van het is

Van het is

dat aan is

tot mee is

 

bij jou is

en mij is

nu ons is.

1 februari 2010

Dik in – Tweede helft – 306

2 – 306

 

Mijn moet nadat

mijn en als je weet

dat onderin zo zit

ik in het geheel

 

de één heeft je op

de radar van voorraden

navigeer je zowat in

dierbaar beroepen

blijvend rood

dodelijk straks

 

vanochtend bij het halen

in die aar

is het door

weer de kleine nesten

naar ik soms onderin

als af van of zien wordt.

 

 

31 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 305

2 – 305

 

Ik ben geplukte één

en heb een daarmee

daarna in vallende staat

de één van mijn aan

het kleurt en is stevig

dat uitgedroogde al ziet

 

voorbij of een of

zolang mij ik is

 

het doorzichtige huis

in één in

en ben je elk

gedreven van inwilligbaar

hun dansen

wat met een werd

mijn

 

zoals jij ziet

in elke afwachtende slag

wat opduikt

niet het danken

of die vraag

dat kan aan

 

liep zo ingesloten

dat niemand blind is

in dit zweet

wat opwipt

kan Ach worden

ontwaakt ik met precies

zoals dit dacht

het zijn maart alsof

dat ik.

 

30 januari 2010

Ken je dat lot

Ken je dat lot

een ik van nu

dat zet jij op

 

en met dit mij

wat van jou is

zal het in me.

29 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 304

2 – 304

 

Cementeert het gevogelte van spuwen

keizert de echo van de kudde

pist hier op en is getrapt

 

is het liefst

met het van je naderen

met aan en afronden

en het vertwijfelde zoals

 

het raam in de nacht

in dit waar

in een wanneer

en grijze invang

divandienaar

van donker blind

genomen.

28 januari 2010

Hoe het ook is

Hoe het ook is

is dat jou

met in mij mee

 

zet je nu op

en aan de zet

vol van dit al.

27 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 303

2 – 303

 

De één

voelbaar schampt mijn oog

welgeteld door van krom is

heb je gezet je straat koop

van wij nihil getroefd komen

 

zwaait dit zijn

hoort hij ziehier

mar is ondergaan

zijnde zijn hij

slakend denken

 

waar hij ver formaat wordt

is mijn ik zijn

opgepookt in

dat zijn raakt.

 

 

 

26 januari 2010

Kun je als ben je

Kun je als ben je

het nu aan ook

als wat wel is

 

en ik doe het zal

dat het jij is

van dit is in al.

 

25 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 302

2 – 302

 

Dit naar door

een kathedralen

sissende op de blauwe broodplank

blauw van ultramarijn uitgeput

en die

terwijl ik totdat insliep

 

ondergronds meer van dat oude

doodse blauwe

 

heeft één die vragen

van misschien en als

de maarweefsels

zijn in liefde

 

moeten rood van moet

stuf ik je tegen

heten we branie

vorken gelegen

daad me onspreekbaar

 

hij de jongen iets omdat

met alleen terwijl zo

geopende adders

want jij waard

vreemd hij

genist

dus idioot krassen naar toen

al één

 

heten de lichtkring

bij zijn nieuwe linden

maar in de kan

dagen in O dat

 

ment in omgebracht wild

omdat je dacht als

in maar

mengt de maar dat drinken

en

je verwacht geen.

 

 

24 januari 2010

Bij het jou

Bij het jou

zie ik mee

van in ons

 

de wil vol

en hol tot me

dat jij is mij.

23 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 301

2 – 301

 

Breek de geslagen struizende

vissend

geschapen of gegoten

heet gepaard

klippend bij dat vrij

fladdert

 

kiest armlengte

enkel smaak

 

ik dacht en diepte

die ik nouden

zo’n houden

het één

hij toen

 

ik ben lekker wie!

 

 

22 januari 2010

Hoe ken ik je

Hoe ken ik je

als zie het vol

in jou is die wil

 

wat van mij kan

dat leg jij aan

vat wij tot ons.

21 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 300

2 – 300

 

Opeens luisterd

glad gewikt

vuil uitstulpende ogen

driemaal geveinsd

 

zomaar wat leed.

 

 

20 januari 2010

Nu is als aan

Nu is als aan

en van je mee

dat ik jou zie

 

ben zo met me

om tot wel kan

dat wij ons vat.

19 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 299

2 - 299

 

Wij een voor wij trippen

een lauwe en

niet dat we mensen

wij traceren moord

en op het voorafgaande

waarna we uren omlegen

het daar en één

voor die en toegedragen

 

neem nu de gewaagde veroorzaker:

van als

neem vecht:

ga naar

in en daar

neem draag en vraag

sluit koud

zet klim op schakel

negeer nemen

zonder dwars

welp als hoeft.

 

 

18 januari 2010

Het om je

Het om je

dat zo zit

leg me aan

 

lig tot mij

wat nu is

met in jij.

17 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 298

2 -298

 

Wat is wanneer versteend

eenmaal

waar

wat in wanneer is.

 

16 januari 2010

Zeg het in me

Zeg het in me

leg dit aan

weg van jou

 

zet al dat je

let op mij

wet heg tot ons.

15 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 297

2 – 297

 

Het dat

op en op

en een mijn bezocht

is dat zo

het

het aankondigen is

en

 

ziekte nog

en delibereerde zo

als kan of

deze gebaarde

buiten één

dekundig gebeuren

dat onderzoek luidt

door

en ik maar

alles is niets verder

 

nu deunen we

naakt als aan jezelf

wentelt uit

en zonder verhaal

over wind heen

over een ja

en zoals roepen wij.

 

14 januari 2010

Het is mee

Het is mee

dat bij je zag

en vol in het nu

 

en val je op me

dat ik ben jou

het wij zet.

13 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 296

2 – 296

 

Onze nieuwheid in de morgen

onze morgen maarde nou

onze singel om de toren

onze tot dit aan toe

dat zo heel verschrikkelijke was

 

dat veel eigenlijk allemaal wel mee.

 

 

12 januari 2010

Het of aan is

Het of aan is

als wat is nu

en bij het al

 

zo zie je in

dat ik ben jou

en ons is nu.

11 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 295

2 – 295

 

De brieven voor één

verdoezelen de gebaarde erven

nauwlijks  verder

dan gehavend.

 

 

10 januari 2010

Aan is het jou

Aan is het jou

van mee met al

en als dit is

 

van uit zo mij

wat ik zie om je

en ben jij tot ons.

9 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 294

2 – 294

 

Al het alle alles van al

daadt het heelende

na het na aandenken

na het voortkomende in

van natgemaakt uitkijk

en weer een regen

beetje bij beetje wit.

 

 

8 januari 2010

Hoe het dat is

Hoe het dat is

van een ook

zag je het zo

 

het mee is jou

en jij kan zo met mij

dat ik het je ben.

7 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 293

2 – 293

 

Hijend linksonder

later achter het overliggend bloeien

vervalt het barsten

met ik van

 

voor ik

en nog even

lezen van blaadjes stilte

is ik de geur

van in niets.

 

6 januari 2010

Het wij zit mee

Het wij zit mee

als dit aan is

zet al in ons

 

zo zie je zal

en hou van jou

les jij dat ik.

 

5 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 292

2 – 292

 

Een en al om

zo graait de hikster door

dan asfalt met bloem bestoven

in ge trokken en daar

 

omsloten in derden

 

onzinnige wij maar wij

dat geloof

van dat waren

ooit zich zo’n huid zet

 

door straks de paarden.

4 januari 2010

Het is die wil nu

Het is die wil nu

wat in me dit had

dus zal aan het jou

 

ken je het mij en in me

dat van dip uit het ik

gaf aan wat ik ken als jij.

3 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 291

2 – 291

 

Wij op de wij

met mijn ik

dit

de heeft het

zowel volledig zeg

 

een ik die onder is

tot en omdat zonnetje

zo’n één

wat

dat dingt

 

in met heeft iedereen

bij van het rest

een maar waar

heb ik een alleen

 

voel ik mijn en

waar ik dus blijf

wij en ik

zoals

het straks hoe

 

opdat ik dit zijn

dat het ’s nachts ik

zie ik waar

alleen te blijven van ik

 

omdat het op is

omdat ik dat was

en één dat die zag

misschien als een maar

in het tijden

waar van daar nu is

 

in dat wat

mijn meegaande om

en door om wat

aan dat alsmaar

 

want in de huid

 ben ik.

2 januari 2010

Het is met je

Het is met je

wat in wel zit

uit ik; zeg al

 

tel, mis me zo

tik zin; we zal

hou dik ze om.

1 januari 2010

Dik in – Tweede helft – 290

2 – 290

 

Laten we niet

niet smakken met lever

want je schreeuwt en schopt

kortom alles

toch dat en dit eten

betekenissen van de moeder

ze betast

voert versnelt

slakend de schreeuw van let.

 

 

31 december 2009

Het zal is

Het zal is

in dit zat

tot nu zit

 

tot de wal

in wat zet

het wit aan.

30 december 2009

Dik in – Tweede helft – 289

2 – 289

 

Gehurkt tegen

in het wie

dit geen

uit ondergedoken dromen

een verbinding

hun

 

zijdelings langs

tegen neergeslagen

naar ze begeleiden

zo heeft het

de omzaag.

 

 

29 december 2009

Van het zo tot is

Van het zo tot is

het wat in het ook zit

is hoe jij en dat wet

 

een bij van het elk

is aan en zal

tot van hoe al je met.

28 december 2009

Dik in – Tweede helft – 288

2 – 288

 

Van kabels in de klim

die leiden naar de breuklijn

bereikt je zo de val?

 

in het mondvol doodgegaan

over uitwaaieren

naar

en in de regen

mij

in enkels en moeten

bij net niet slingeren

over wat zint.

 

27 december 2009

Het jij aan jij

Het jij aan jij

is hoe elk

en elk aan bij

 

met aan dit

bij het hoe

dat je en jij is

26 december 2009

Dik in – Tweede helft – 287

2 - 287

 

Geen zicht

geen zag

het

zat en dreef.

 

25 december 2009

Het jij is van is

Het jij is van is

zo met een nu

en van het al

 

dat mij is jij

en zit in ons

wet dit zal.

24 december 2009

Dik in – Tweede helft – 286

2 – 286

 

Jij je en met

met je en aan

heb ik hoeveel

en weet je daar

in maar

 

wikkelde hij het

beslikt dit vermalen

maar ik

een van die ik

viel en zat met stof zeker

het één schopte

een pad naar ik

en z’n kruiden

poetste hij zijn als

in als zijn ik

klonk zacht haar maar.

 

23 december 2009

Zo is de zij

Zo is de zij

een al dat zit

met één zin

 

ken dit jou

ben ik het ook

en wat wil.

22 december 2009

Dik in – Tweede helft – 285

2 – 285

 

Ik loop op mijn rusten

aan het ook naar

te gemakkelijk in

 

want ik het

zei ze wat

naar door als tot

deze die mochten

daad.

 

februari 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28

Log archief

Neem inhoud van deze site over (XML)